Een onopgemerkte vreedzame revolutie: de ‘ontfransing’ van de Rand

In een indrukwekkend aantal gemeenten van de Vlaamse Rand van Brussel daalde het stemmenpercentage van de Franstalige lijsten. Dit is geen ‘lichte trendbreuk’, maar een ommekeer, schrijft GUIDO FONTEYN.

Het is nog niet tot in de geesten doorgedrongen — alle aandacht ging immers naar Antwerpen — maar 2012 was ook het jaar van de ontfransing in de Vlaamse Rand rond Brussel. Misschien haalt dit neologisme ooit de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal, na de ‘verfransing’, de ‘ontnederlandsing’ en de internationalisering van dit gebied. Deze ontfransing mag worden gezien in het raam van een ontspanning tussen de gemeenschappen in dit land, zoals die ook tot uiting kwam in het cultureel samenwerkingsverdrag tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap, en uit de uitslagen van de verkiezingen in de negentien Brusselse gemeenten. En dat hangt allemaal samen, tot en met het feit dat De Lijn en de MIVB nu plots wel kunnen samenwerken over grensoverschrijdende beddingen en rollend materiaal. De Randkrant, een Vlaamse publicatie voor de Vlaamse Rand, roept in zijn jongste editie op tot een systematische samenwerking tussen de Vlaamse Rand en Brussel.

Weg met de olievlek

Op de verkiezingsavond zelf maakte Jan De Craen, voorzitter van de vzw De Rand (die onder meer de Randkrant uitgeeft) in een mededeling gewag van ‘een lichte trendbreuk’ in de Vlaamse Rand rond Brussel, dit in tegenstelling met de vooruitzichten. Sinds de vastlegging van de taalgrens in 1963 boeken Franstalige lijsten binnen en buiten Brussel immers stelselmatig vooruitgang, zodat de ‘olievlek’ — al verdween deze term op een sluipende wijze uit de communautaire woordenlijst — heel Vlaams-Brabant dreigde te bezoedelen, of te overstromen. Een halve eeuw lang leidde aan Franstalige zijde het FDF alle operaties, en dat liep altijd ten nadele uit van de Vlaamse lijsten rond en in Brussel. Ook nu werd een nieuwe vooruitgang verwacht, zowel binnen als buiten Brussel. In een gemeente zoals Overijse werd zelfs voor een Franstalige meerderheid gevreesd. Maar het werd iets helemaal anders, anders dan sinds 1963: een ommekeer, en meer dan een lichte trendbreuk.

Eerst de cijfers, die tot nu helemaal niet of onvoldoende werden benadrukt. In Asse, Machelen, Meise en Merchtem kwamen geen Franstalige lijsten (meer) op. In Beersel daalde het stemmenpercentage van de Franstalige lijst van 20 naar 13,9 procent, in Grimbergen van 13,1 naar 10,95 procent, in Hoeilaart van 16,3 naar 9 procent, in Overijse van 34,3 (!) naar 24,2 procent, in Tervuren van 20,7 naar 17 procent en in Vilvoorde van 14,4 naar 10,7 procent. Enkel in Sint-Pieters-Leeuw (van 21,2 naar 22,1) en in het Zaventem (van 19,73 naar 19,98) van onder meer Eric Van Rompuy (CD&V) — die er een hele heisa van maakte — tekenden de Franse lijsten een minieme winst op. Maar Sint-Pieters-Leeuw en Zaventem zijn industriële gemeenten, waar Frans- en anderstaligen inwijken die niets, maar dan ook absoluut niets, te maken hebben met het klassieke beeld van de Franstalige bourgeois die de Vlaamse Rand komen koloniseren. Waarschijnlijk heeft deze ommekeer ook te maken met het feit dat in deze Vlaamse Rand nu een tweede, derde, zelfs vierde generatie van Franstaligen en kinderen van Franstaligen wonen, die zich daar beter en beter voelen, hun kinderen (en kleinkinderen) naar Vlaamse scholen sturen, en zich geleidelijk aanpassen. Zoveel Vlaamse migranten hebben hun dit in Wallonië voorgedaan, maar een dergelijke aanpassing neemt altijd een paar generaties in beslag.

Confrontatie loont niet

Binnen de zone van de zes randgemeenten-met-faciliteiten gingen de (Franstalige) burgemeesterslijsten niet toevallig vooruit (zij het zeer licht) in die drie gemeenten zonder benoemde burgemeester: Linkebeek, Kraainem, Wezembeek-Oppem. Confrontatie loont dus niet, zeker niet als die ter plaatse wordt versterkt door de sporadische betogingen van Vlaamse extremistische groeperingen. De Vlaamse regering moet hierover eens grondig nadenken, met het voorbeeld van Wemmel voor de ogen. De Vlaamse Lijst W.E.M.M.E.L maakte daar een enorme sprong, door niemand voorzien, en levert — zij het zeer voorlopig — een burgemeester.

Met het klassieke spook van de verfransing is het dus gedaan. Het extremistische FDF heeft de strijd in de Vlaamse Rand verloren, net zoals die andere extremisten van het Vlaams Blok (nu onder de naam Vlaams Belang of iets anders) de strijd tegen de nieuwe Belgen verloren hebben.

Tweetalige lijsten overal

Binnen Brussel werden evenveel Vlaamse gemeenteraadsleden gekozen als vorige keer (79), maar via de opvolging zitten wij nu al aan 86 raadsleden, wat mij een record lijkt te zijn. Dit wijst ook op goede afspraken binnen de lijsten. Er zijn meer Vlaamse schepenen, en de verstandhouding op het lokale vlak is er bijna overal op vooruit gegaan. Opvallend is dat meer Vlamingen op taalgemengde lijsten werden gekozen, en — vooral — dat zij daar meer dan hun zetel alleen met hun voorkeurstemmen hebben behaald. Dit betekent dat de aanwezigheid van Vlaamse kandidaten op overwegend Franstalige lijsten ook voor de Franstaligen interessant was. Dit opent perspectieven naar tweetalige lijsten toe op alle niveaus, ook het federale niveau.

In Brussel speelt vooral de internationalisering van deze hoofdstad van Europa een rol, en dit wordt in de toekomst alleen maar belangrijker. ‘Internationalisering’ is een begrip met een heel andere inhoud dan ‘verfransing’, wat inhoudt dat ook het beleid moet worden aangepast. Dit geldt ook voor de brede Vlaamse Rand: de ‘internationalen’ — asielzoekers uit Afrika, Oost-Europeanen en anderen — die terechtkomen in Denderleeuw, Ninove, Temse of in Aalst, moeten niet met Vlaamse leeuwen worden gekruisigd, maar met lessen Nederlands, en andere vormen van een soepel onthaalbeleid, tot aparte loketten toe.

En zo hangt alles aan mekaar, en begint misschien alles bij de beslissing van de MR om afstand te nemen van het FDF. De rest volgt: de aanvaarding van de taalgrens, de toename van de samenwerking, het inzicht dat internationalisering een ander fenomeen is dan verfransing, en de invoering van deze nieuwe term: ontfransing.

Het lijdt geen twijfel dat de detonator in deze vreedzame revolutie de splitsing van BHV is geweest.

Guido Fonteyn
Wie?
Voormalig journalist, Wallonië-kenner.
Wat? De positieve effecten van de splitsing van BHV zijn onderbelicht gebleven.
Waarom? De opmerkelijke verkiezingsuitslagen in de Rand werden weggedrukt door het Antwerpse geweld.

Bron: De Standaard, 7 januari 2013